Juridische posittie Women on Waves en Overtijdbehandeling

 

policemen entering the ship

2. Nederlandse juridische aspecten

 De abortuswet vergunning van WOW

Women on Waves (WOW) vaart uit naar buitenterritoriale wateren, waar aan boord van een Nederlands schip, Nederlandse wetten gelden. In 2001 vroeg Women on Waves een vergunning als abortuskliniek aan, in 2008 werd deze vergunning na vele juridische procedures verkregen. De vergunning is gekoppeld aan een mobiele kliniek. Women on Waves mag in deze kliniek zowel medicamenteuze als instrumentele eerste trimester abortus uitvoeren. Dezelfde zorgvuldigheidseisen als bij Nederlandse abortusklinieken worden in acht genomen.

 

De overtijdbehandeling door Women on Waves

Women on Waves zal in Marokko geen abortusbehandeling aanbieden, alleen de overtijdbehandeling (OTB). Women on Waves deed dit eerder in Ierland (2001), Polen (2003), Portugal (2004) en Spanje (2008). In Polen en Spanje werden daadwerkelijke behandelingen uitgevoerd met de abortuspil Mifegyne en het medicijn Misoprostol.

De overtijdbehandeling vindt plaats voordat een vrouw 16 dagen over tijd is. De voor- en nazorg vinden net als bij een zwangerschapsafbreking bij een meer gevorderde termijn protocollair plaats, waarbij veel aandacht wordt besteed aan een zorgvuldige besluitvorming en nazorg. Er geldt geen wachttijd van 5 dagen, omdat de overtijdbehandeling niet onder de abortuswet valt. Evenmin valt de overtijdbehandeling onder de strafwet, omdat deze behandeling niet onder de juridische definitie van een het afbreken van een zwangerschap valt.

 

3. Historische aspecten van de overtijdbehandeling

Omdat de overtijdbehandeling vaak juridische vragen oproept, geven wij onderstaand een overzicht van de regelgeving, jurisprudentie en debatten in deze.

 

De Nederlandse Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) en Artikel 296 van de Strafwet

Artikel 296 van het Wetboek van Strafrecht stelt in lid 1: Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor de zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie

van de vierde categorie. In lid 5 wordt gesteld: Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien de behandeling is verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige behandeling volgens de Wet afbreking zwangerschap mag worden verricht.

 

De overtijdbehandeling in relatie tot de abortuswet en de Strafwet

De overtijdbehandeling, een behandeling die plaats vindt voordat een vrouw 16 dagen over tijd is, kent een lange historie. In de jaren zeventig werd soms met een dunne canule menstruatiebloed uit de baarmoeder weggezogen, zonder dat er een zwangerschapstest werd verricht. Deze behandeling werd ook wel ‘menstrual regulation’ genoemd met het idee dat menstruaties minder pijnlijk zouden zijn en een eventuele zeer jonge zwangerschap werd verwijderd. Midden jaren tachtig, toen de abortuswet in werking trad, vond deze behandeling alleen plaats bij een positieve zwangerschapstest voordat een vrouw 16 dagen over tijd was. (Wibaut 1987) De overtijdbehandeling viel daarmee, ondanks een positieve zwangerschapstest, niet onder de abortuswet. Er golden geen vijf dagen bedenktijd. Evenmin viel de overtijdbehandeling onder de strafwet, omdat de innesteling bij deze termijn nog niet is voltooid. Behandelingen gericht op het voorkomen van innesteling van een zwangerschap vallen noch onder de abortuswet, noch onder de strafwet.

 

Enkele highlights uit de vele pogingen om overtijdbehandeling onder de abortuswet en de strafwet te brengen

  • Nadat de abortuswet 1 november 1984 in werking trad, meldde de Inspectie voor de Gezondheidszorg dat zij van mening was dat de 5 dagen bedenktijd ook voor de overtijdbehandeling zouden moeten gelden. In 1985 en 1986 bleef dit geschil onopgelost, in 1987 werd het voorgelegd aan Minister Brinkman van VWS. Deze antwoordde: ‘Na overleg met mijn ambtsgenoot van Justitie, waarbij ik mij andermaal heb verdiept in de wetsgeschiedenis terzake van dit onderwerp, ben ik tot de slotsom gekomen dat in algemene termen de overtijdbehandeling niet onder de werking van de Wet afbreking zwangerschap valt. Verwezen zij naar de Memorie van Antwoord aan uw Kamer. Ik wil niet verhelen dat ik mij aanvankelijk aangesproken voelde door het standpunt van de Hoofdinspecteur, zoals ook valt af te leiden uit mijn antwoord op schriftelijke vragen van de heer Van Dis dd 1 mei 1986). De wetsgeschiedenis laat echter geen andere conclusie toe dan ik hierboven heb weergegeven.’ 

 

  • In 2001 vaart WOW uit naar Ierland. Een abortusvergunning is aangevraagd, maar nog niet verkregen. Tijdens de commotie die ontstaat, bevestigt Minister Borst van VWS bij kamervragen dat WOW de overtijdbehandeling mag doen, ook al beschikt zij niet over een abortusvergunning. Voorafgaand aan de reis van WOW naar Polen, herbevestigt Minister Borst deze visie nog eens in een brief aan WOW en herhaalt zij in 2002 ook bij kamervragen dat de overtijdbehandeling noch onder de abortuswet, noch onder de strafwet valt, en niet strafbaar is buiten een abortuskliniek, mits zorgvuldig uitgevoerd.

 

  • Eind 2005 vindt een evaluatie van de abortuswet plaats, geïnitieerd door de door de CDA-staatssecretaris Ross-van Dorp. Een van de adviezen, naast het flexibiliseren van de wachttijd, is het onder de WAZ brengen van de OTB. Een argument dat gebruikt wordt, is dat zwangerschapstesten betrouwbaarder zijn dan in de tachtiger jaren. Het is duidelijk dat de evaluatiecommissie geen historisch onderzoek heeft verricht en ondermeer het artikel van Wibaut niet (goed) heeft gelezen. Immers, ook in de jaren tachtig vond de behandeling alleen plaats bij een positieve zwangerschapstest.

 

  • Mei 2005 bevestigt de Raad van State in een proces van WOW tegen de Minister van VWS dat voor de overtijdbehandeling geen WAZ vergunning nodig is: ‘Voor de overtijdbehandeling, die tot zestien dagen na de laatste menstruatie plaatsvindt, is op zichzelf geen vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Waz nodig’. Een vergunning zou nodig als de overtijdbehandeling strafbaar zou zijn zonder vergunning. De Raad van State herbevestigt hiermee de uitspraken van de Ministers Brinkman en Borst.

 

  • Juni 2006 stuurt staatssecretaris Ross-van Dorp een brief naar abortusklinieken, dat met onmiddellijke ingang de OTB onder de WAZ zal vallen, met vijf dagen bedenktijd. Door Women on Waves, tezamen met de NVOG en alle abortusklinieken wordt betoogd dat een staatssecretaris niet zonder wetswijziging een wet anders kan interpreteren. De staatssecretaris haalt in juli 2006 bakzeil, de voorgestelde andere interpretatie van de wet vindt geen doorgang. Zij stelt dat onderzoek noodzakelijk is om te bezien of een wetswijziging noodzakelijk is. Een onderzoek door een Maastrichtse student suggereert dat dit niet noodzakelijk is. Demissionair staatssecretaris Ross-van Dorp stelt eenzijdig in december 2006 dat de OTB onder de abortuswet valt. Implementatie blijft achterwege.

 

  • Het regeerakkoord in 2007 van CDA, CU en PvdA stelt dat de regering voornemens is de OTB onder de WAZ te brengen. De beleidsbrief ethiek (2007) meldt dat de staatssecretaris van VWS dit voornemens is, maar dat nog een aantal juridische zaken moeten worden uitgezocht.

 

  • In 2007/2008 spreken zowel de VNVA als de KNMG zich uit over de wenselijkheid de overtijdbehandeling door huisartsen te laten plaatsvinden, dus buiten abortusklinieken.

 

  • Staatssecretaris Bussemaker reageert in 2008: ‘Wat betreft de mogelijkheid om bij de huisarts een abortuspil in de overtijd-periode voor te schrijven is er sprake van een misverstand. Zowel de overtijdbehandeling als abortus volgens de Wet afbreking zwangerschap mag ook nu alleen plaatsvinden in een kliniek met een vergunning. Of de overtijdbehandeling wel of niet onder de WAZ valt maakt hiervoor niet uit. De abortuspil is bedoeld een zwangerschap af te breken en de toepassing ervan valt daardoor onder de WAZ.’ De staatssecretaris geeft een eigen interpretatie aan de wet, die niet strookt met die van haar voorgangers Minister Borst en Brinkman, en die strijdig is met uitspraken van de Hoge Raad en de Raad van State. Bovendien stelt zij ten onrechte dat de OTB alleen binnen abortusklinieken mag plaatsvinden.

 

  • Naar aanleiding van een actie in 2008 van WOW in Spanje, waar zij de overtijdbehandeling vanaf een zeilboot verricht, dus zonder mobiele kliniek en bijbehorende vergunning, sommeert de staatssecretaris van VWS de Inspectie van de Gezondheidszorg aangifte bij het OM te doen van een mogelijk strafbaar feit. Het OM besluit geen verder onderzoek te verrichten. 

 

  • In 2009 tracht Minister Hirsch Ballin met een aanpassing van de BAZ (Besluit Afbreking Zwangerschap) de overtijdbehandeling onder de werkingssfeer van de WAZ te laten vallen. De Eerste Kamer wenst nadere toelichting en geen implementatie zolang vragen niet zijn beantwoord. Door de val van Kabinet Balkenende IV in februari 2010 vindt geen beantwoording van deze vragen en geen goedkeuring door de Eerste Kamer plaats. De enige andere aanpassing beoogd met de wijziging van de BAZ: het vaststellen van de zwangerschapsduur, vindt in de praktijk al sinds het begin van de abortushulpverlening plaats.

 

  • Demissionair Minister Hirsch Ballin reageert in maart 2010, de brief wordt door de Eerste en Tweede Kamer controversieel verklaard. Minister Klink verklaart in mei 2010 niet voornemens te zijn de BAZ te willen te wijzigen.

 

Concluderend

Ondanks pogingen tot andere interpretatie van de WAZ de afgelopen decennia door diverse Staatssecretarissen en Ministers en ondanks pogingen tot wijzigingen van de BAZ, valt anno 2012 de overtijdbehandeling net als in 1984 nog steeds niet onder de WAZ, noch onder het Wetboek van Strafrecht. Women on Waves zal daarom in buitenterritoriale wateren buiten Marokko legaal de overtijdbehandeling vanaf een zeilboot aanbieden zonder dat zij haar mobiele kliniek bij zich heeft. Women on Waves realiseert zich dat zij een voorbeeldfunctie heeft. Zij zal evenals bij voorgaande activiteiten zorgdragen voor een uitstekende kwaliteit van hulpverlening en de behandelingen die zij uitvoert rapporteren aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg.