Staatssecretaris Bussemaker en Minister Hirsch Ballin lichten Tweede Kamerleden verkeerd voor

 

Staatssecretaris Bussemaker heeft recent mede namens Minister Hirsch Ballin kamervragen van Van Miltenburg en Teeven, Sap en Gill’ard en Heerts beantwoord. Women on Waves meent dat de Staatssecretaris deze Kamerleden op een aantal aspecten verkeerd voorlicht, zoals uit onderstaande blijkt.

1. De definitie van een zwangerschap

Van Miltenburg en Teeven vragen de Staatssecretaris uitdrukkelijk naar de juridische definitie van een zwangerschap (vraag 2). Immers, als er sprake zou zijn van het niet legaal afbreken van een zwangerschap door Women on Waves, dan is het van belang te weten wat de Staatssecretaris onder een zwangerschap verstaat:

  • a. de bevruchte eicel die nog niet ingenesteld is (periode van morning after pil en morning after spiraal)
  • b. de bevruchte eicel die aan het innestelen is en die nog geen zwangerschapshormoon produceert (periode van morning after spiraal)
  • c. de bevruchte eicel die aan het innestelen is en die wel zwangerschapshormoon produceert, terwijl de menstruatie nog niet uitgebleven is (periode van morning after spiraal of abortuspil - alhoewel nog niet over tijd)
  • d. de bevruchte eicel die aan het innestelen is en die wel zwangerschapshormoon produceert, terwijl de menstruatie wel uitgebleven is (periode van overtijdbehandeling - OTB)
  • e. de zwangerschap waarbij de innesteling voltooid is en waarbij een embryo met een hartslag zichtbaar is (daadwerkelijke abortus provocatus). Dit is vanaf 16 dagen over tijd.

De Staatssecretaris stelt in haar antwoord dat de WAZ geen definitie geeft van een zwangerschap, en dat middelen die innesteling voorkomen, niet onder de WAZ vallen. Dit is op zich juist, maar de wetgeschiedenis toont dat de OTB niet onder de WAZ (en dus ook niet onder strafrechtelijke bepalingen van artikel II van de WAZ) valt, zoals ook in de uitspraak van Hoge Raad vastgesteld. De conclusie van de Staatssecretaris hoort ook te zijn, dat categorie a, b, c en d niet onder de WAZ vallen.
Ergens moet een grens zijn waar de bevruchte eicel een zwangerschap in juridische zin wordt. De grens voor een zwangerschap in juridische zin, waarvoor de gehele WAZ (zowel artikel I als II) van toepassing is, is en blijft dan ook 16 dagen over tijd.
De Staatssecretaris geeft niet aan dat zij het oneens is met de juridische definitie van een zwangerschap als zijnde vanaf 16 dagen over tijd, noch geeft zij een ander alternatief.
Dit betekent dus dat ook de Staatssecretaris een zwangerschap in juridische zin definieert als zijnde meer dan 16 dagen over tijd.
Mogelijk ten overvloede: een zwangerschap moet in artikel I van de WAZ een zelfde definitie hebben als in artikel II van de WAZ. Dit laatste artikel betreft artikel 296 van het Wetboek van Srafrecht.

2. De beoordeling door de Staatssecretaris van de uitspraak van de Hoge Raad dat de OTB blijkens de wetgeschiedenis niet als een abortus in de zin van de WAZ kan worden aangemerkt (vraag 3 Van Miltenburg en Teeven)

Het antwoord van de staatssecretaris: ‘deze uitspraak geeft geen aanleiding de regelgeving aan te passen’ is een pertinent onjuist. Zij past de regelgeving wel aan, in de zin dat zij tezamen met Minister Hirsch Ballin tracht de OTB alsnog onder de WAZ (en daarmee ook onder de strafrechtelijke bepaling van artikel II) te brengen door middel van een wijziging van de BAZ. Daarmee zou de OTB onder de strafwet komen te vallen indien uitgevoerd zonder WAZ-vergunning. Dat maakt het voor huisartsen onmogelijk om de medicamenteuze OTB te verrichten.

3. Is er nu al dan niet een vergunning voor de OTB nodig? Van Miltenburg en Teeven memoren in vraag 4 de uitspraak van de Raad van State.

De Staatssecretaris erkent dat de Raad van State heeft gesteld dat er geen vergunning noodzakelijk is voor de OTB, maar stelt vervolgens dat een zwangerschapsafbreking (van welke aard ook) op grond van de Strafwet slechts mag plaatsvinden in een kliniek met een vergunning. Deze uitspraak is in tegenspraak is met die van de Raad van State. Hiermee legt zij zonder juridische onderbouwing de uitspraak van de Raad van State naast zich neer. Ook gaat zij voorbij aan de uitspraak van de Hoge Raad en de wetsgeschiedenis (zie vraag 2)
Een zwangerschapsafbreking na 16 dagen overtijd behoort inderdaad plaats te vinden in een kliniek met vergunning. Alle behandelingen voor die tijd: de morning after pil, de morning after spiraal en de over tijd behandeling (1a tm 1d), die alle niet onder de WAZ vallen, behoeven geen WAZ-vergunning, conform de uitspraak van de Raad van State.
Bussemaker miskent dat het strafwetsartikel (het afbreken van een zwangerschap is strafbaar tenzij vergunning) alleen gaat over zwangerschappen verder dan 16 dagen over tijd gevorderd, en niet over bevruchte eicellen dan wel zeer jonge zwangerschappen waarvan de implantatie niet voltooid is tot 16 dagen over tijd. Zie ook punt 8.

4. De vraag (nr 5) van van Miltenburg en Teeven waarom huisartsen niet genoemd worden in het wijzigingsbesluit van de BAZ beantwoord de Staatsecretaris wederom onjuist.

Zij stelt dat slechts ziekenhuizen en abortusklinieken de OTB mogen verrichten. Zolang echter de OTB niet door middel van een wetswijziging onder de WAZ gebracht is, is hiervoor geen vergunning nodig (zie punt 3) en kunnen huisartsen dus de OTB voorschrijven. Deze onjuiste zienswijze van de Staatsecretaris geldt ook vraag 8 van van Miltenburg en Teeven inzake het voorschrijven van de medicamenteuze OTB door huisartsen.

5. De beste behandeling bij een zeer jonge zwangerschap tijdens de OTB-periode (vraag 6 van Miltenburg en Teeven).

Ook hier geeft de Staatssecretaris een foutief antwoord in de zin dat er geen voorkeur zou bestaan voor medicamenteuze behandeling. Bij zeer jonge zwangerschappen is de kans groot dat een curettage mislukt. Daarom stellen abortusklinieken een behandeling veelal uit tot een vrouw meer dan 12 dagen over tijd is, terwijl in de periode vanaf enkele dagen over tijd prima de medicamenteuze OTB kan worden toegepast. De zeer gedegen Britse richtlijn van de RCOG stelt duidelijk dat bij een zeer jonge zwangerschap medicamenteuze behandeling sterk de voorkeur verdient omdat een curettage dan vaak mislukt. Het Nederlandse onderzoek van Rademakers waarnaar de Staatssecretaris verwijst is sterk verouderd, gaat uit van inmiddels niet meer toegepaste methode van inname van medicijnen (oraal Misoprostol in plaats van via het slijmvlies opgenomen, bv vaginaal of onder de tong) met veel meer bijwerkingen en slechtere resultaten. Kortom, de Staatssecretaris heeft zich medisch-inhoudelijk slecht laten voorlichten en geeft wederom een apert fout antwoord.

6. Verantwoorde toediening in de thuissituatie en verantwoorde toediening door huisartsen (vraag 7 van Miltenburg en Teeven)

De Staatssecretaris verzuimt te erkennen dat de medicamenteuze OTB en zwangerschapsafbreking ook nu altijd in de thuissituatie plaats vindt. Vrouwen nemen steevast het tweede medicijn thuis in, waardoor de uitdrijving van het zwangerschapsproduct, net als bij een spontane miskraam, thuis plaats vindt.
Zij stelt dat huisartsenpraktijken geen instrumentele OTB kunnen doen, en noemt dat als argument voor behandeling in abortusklinieken. Ten onrechte gaat zij ervan uit dat huisartsen geen voorlichting over beide methoden zouden kunnen geven, terwijl huisartsen bijvoorbeeld bij anticonceptievoorlichting wel informatie geven over een sterilisatie die zij zelf niet uitvoeren. Ten onrechte verzuimt zij te melden dat ook abortusklinieken een beperkt aanbod hebben: zij hebben geen toegang tot laboratoriumonderzoek wat huisartsen wel hebben om zwangerschapshormoon in het bloed te controleren bij de heel vroege OTB. Zij verzuimt te melden dat twee abortusklinieken in het geheel geen OTB-behandelingen verrichten. Kortom, de Staatssecretaris behartigt niet het belang van ongewenst zwangere vrouwen om evenals andere patiënten optimale keuzemogelijkheden te hebben. Daarbij gebruikt zij een eenzijdige argumentatie in het nadeel van huisartsen.

7. Vraag van Sap over niet meer uitvaren Women on Waves

De Staatssecretaris verzuimt in haar antwoord over het verstrekken van abortuspillen een onderscheid te maken tussen de OTB en daadwerkelijke abortus. Voor daadwerkelijke (medicamenteuze) abortus vanaf meer dan 16 dagen over tijd maakt Women on Waves gebruik van haar vergunning en mobiele kliniek. Voor de OTB die niet onder de abortuswet valt, is gebruik van deze kliniek juridisch niet verplicht en medisch gezien onnodig. Desalniettemin levert Women on Waves altijd medisch verantwoorde medische zorg. De Staatssecretaris geeft aan het einde van haar antwoord aan Sap wederom een onjuist en tendentieus antwoord: ‘Women on Waves voert abortus uit ...’ Women on Waves heeft echter in Spanje geen abortus uitgevoerd, maar alleen medicamenteuze OTB verricht.

8. Vraag van Sap over de Wijziging van de BAZ en de gevolgen voor Women on Waves

Wederom herhaalt de Staatsecretaris hier onjuiste beweringen over de Stafwet die van toepassing zou zijn op de OTB. De Staatssecretaris verzuimt te melden dat artikel 296 van de Strafwet onderdeel van de WAZ (artikel II) is. Dit artikel over de strafbaarheid bij het afbreken van een (vermoedelijke) zwangerschap lijkt, oppervlakkig beschouwd, van toepassing op de OTB, dit is immers een evidente zwangerschapsafbreking. Toch valt de OTB niet onder dit tweede artikel, omdat de OTB niet onder de WAZ valt. Een zwangerschapsafbreking kan alleen onder het tweede artikel van de wet (en dus de strafwet) vallen, als het ook inderdaad onder de hele wet valt!
Daarom vallen zwangerschapsafbrekingen vanaf 16 dagen over tijd zonder vergunning wel onder de strafwet. Morning after-pil, behandelingen van miskramen, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen en de OTB vallen daar niet onder, omdat zij niet onder de WAZ vallen.

9. De vraag van Gill’ard en Heerts inzake aangifte bij het OM door de IGZ

De Staatssecretaris verzuimt te melden in haar antwoord op deze tweede vraag van Gill’ard en Heerts dat het OM de IGZ twee weken na melding eind februari, medio maart, al om nadere gegevens heeft gevraagd. Het OM zag onvoldoende grond om WOW te vervolgen. Inmiddels 6 maanden later heeft de IGZ nog steeds niet gereageerd naar het OM. Echter de IGZ wil haar verzoek aan het OM ook niet intrekken. De Staatssecretaris verzuimt deze vertraging waardoor Women on Waves aan de ketting ligt, te melden in haar antwoord.

10. De verhuisvergunning voor de actie van Women on Waves in Spanje (vraag 3 van Gill’ard en Heerts)

Indien Women on Waves daadwerkelijke abortus vanaf 16 dagen over tijd uitvoert vanaf een andere locatie dan die gekoppeld aan de huidige vergunning, dan zal Women on Waves een verhuisvergunning aanvragen.
Tijdens de actie in Spanje heeft Women on Waves alleen de OTB uitgevoerd, waarvoor geen vergunning nodig is. Zij heeft haar werkwijze zowel vooraf als achteraf uitgebreid aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) gerapporteerd. De IGZ heeft geen commentaar geuit op de geleverde kwaliteit van zorg, die tenminste van dezelfde kwaliteit was als in Nederlandse klinieken. Counseling vond plaats volgens geldende standaarden, een psycholoog was ter plaatse aanwezig, moderne echoscopiemogelijkheden waren op de boot aanwezig. Vrouwen namen op de boot de abortuspil Mifegyne voor de medicamenteuze OTB, en de volgende dag thuis het tweede medicijn Misoprostol. Nazorg was geregeld ook in een aan de IGZ toegezonden samenwerkingsverband met een Spaanse abortuskliniek. Kortom, er was sprake van medisch verantwoorde kwalitatief goede zorg met een deskundige gynaecoloog aan boord.
Het is dus onjuist en unfair dat de staatssecretaris suggereert dat Women on Waves niet de juiste voorzieningen heeft getroffen, terwijl deze organisatie met de wereldpers toekijkend, optimale kwaliteit van zorg levert.
Het argument dat de IGZ de voorzieningen niet heeft kunnen keuren is onjuist. Er is uitgebreid contact geweest met de IGZ voor de reis, de IGZ meldde op 13 oktober voor vertrek naar Spanje geen zorginhoudelijke vragen te hebben: aanwezigheid van benodigde expertise (gynaecoloog en psycholoog), apparatuur en medicatie was helder. Na afloop is ook direct contact geweest met de IGZ, is een schriftelijk verslag gedaan, zijn aanvullende vragen beantwoord en zijn zelfs de abortus-registratie-formulieren ingevuld tbv de IGZ, alhoewel dit laatste juridisch niet verplicht is omdat de OTB niet onder de WAZ valt.
Het is dan ook juist omdat Women on Waves zeer goed op de hoogte is van wetten en regels, dat zij geen verhuisvergunning heeft aangevraagd: bij de medicamenteuze OTB waartoe WOW zich in Spanje beperkte, is geen vergunning, dus ook geen verhuisvergunning noodzakelijk. De stelling van de Staatsecretaris dat dit wel nodig zou zijn, is dan ook onjuist.

11. De wijziging van de BAZ (vraag 5 van Gill’ard en Heerts)

Het antwoord van de Staatssecretaris dat zij met de wijziging van de BAZ de huidige praktijk vastlegt, is onjuist. De praktijk was dat Women on Waves zonder vergunning de OTB kon uitvoeren (actie Polen), de praktijk wordt dat Women on Waves dat niet meer kan doen. Datzelfde geldt voor huisartsen, alhoewel huisartsen de OTB in de praktijk (nog) niet hebben uitgevoerd.
Daarnaast is het juridisch onjuist (de interpretatie van) de wet per Ministerieel Besluit te wijzigen.

12. Waarom Women on Waves in Polen wel de OTB zonder vergunning en in Spanje niet de OTB zonder vergunning mocht uitvoeren

De Staatssecretaris memoreert hier het feit dat Women on Waves in Polen wel haar mobiele kliniek (de A-portable) had meegenomen en dat Women on Waves over een brief van de toenmalige Minister beschikte met toestemming voor de medicamenteuze OTB. Deze toestemming was verleend omdat WOW het aannemelijk had gemaakt dat zij op medisch verantwoorde wijze de OTB kon uitvoeren.
Minister Borst stelde destijds in antwoord op kamervragen: ‘Mijn juridische adviseurs en ik gaan ervan uit dat de OTB niet strafbaar is, mits deze op medisch zorgvuldige wijze is uitgevoerd.’ Deze zorgvuldigheid was gerelateerd aan de aanwezigheid van een gynaecoloog aan boord en beschikbaarheid van psychologische expertise, niet aan de aanwezigheid van de mobiele kliniek.
De Staatssecretaris verzuimt aan te geven waarom de medisch zorgvuldig uitgevoerde OTB in Polen niet strafbaar en in Spanje wel strafbaar zou zijn. Deze andere interpretatie van de Strafwet is dan ook onjuist. De mobiele ‘a-portable kliniek is destijds door de IGZ gekeurd met het oog op het verrichten van instrumentele abortus (curettage) op zee. Voor de medicamenteuze OTB (het uitdelen van de abortuspil op zee na counseling en echo-onderzoek) is deze kliniek niet noodzakelijk en overbodig voor medisch verantwoorde zorgverlening.

www.minvws.nl/kamerstukken/pg/2009/antwoorden-op-kamervragen-van-de-kamerleden-van-miltenburg-en-teeven-over-de-juridische-definitie-van-zwangerschap.asp
www.minvws.nl/kamerstukken/pg/2009/antwoorden-op-kamervragen-sap-over-women-on-waves.asp
www.minvws.nl/kamerstukken/pg/2009/antwoorden-op-kamervragen-van-de-kamerleden-gillard-en-heerts-over-women-on-waves-2009z14439.asp
www.rcog.org.uk/womens-health/clinical-guidance/care-women-requesting-induced-abortion
www.igz.nl/15451/1166039/2008-11_2007_Wet_afbreking_1.pdf

.