Aan het College van Procureurs-Generaal en Minister van Justitie Hirsch Ballin

 

DD 5 DECEMBER 2009.
HET OPENBAAR MINISTERIE HEEFT BESLOTEN MEVROUW IB NIET TE VERVOLGEN VANWEGE HAAR PERSOONLIJKE OMSTANDIGHEDEN. HET OPENBAAR MINISTERIE BLIJFT ER WEL BIJ DAT ZE SCHULDIG IS EN MET DIT STANDPUNT BLIJFT HET MOGELIJK IN DE TOEKOMST WEER VROUWEN TE VERVOLGEN VOOR EEN LATE ABORTUS.

DD 31 JANUARI 2008.
HEDEN IS DE EIS VAN DE ADVOCAAT VAN MEVROUW IB OM DE VERVOLGING TE STOPPEN, DOOR DE RECHTER AFGEWEZEN.
UW HANDTEKENING BLIJFT WELKOM ALS PROTEST TEGEN DEZE ONTERECHTE VERVOLGING EN CRIMINALISERNG VAN EEN VROUW DIE EEN LEGALE ABORTUS IN SPANJE ONDERGING.
HET IS ONBEGRIJPELIJK DAT HET OPENBAAR MINISTERIE DE BELEIDSVRIJHEID KRIJGT OM DOOR TE GAAN.
ZO HEEFT STAATSSECRETARIS BUSSEMAKER IN 2007 GEMELD DAT VROUWEN VOOR EEN LATE ABORTUS NAAR SPANJE MOGEN REIZEN. NEDERLAND HEEFT INTERNATIONALE VERDRAGEN ONDERTEKEND WAARIN WORDT OPGEROEPEN OM ABORTUS NIET TE CRIMINALISEREN.
EEN VROUW KAN EN MAG NOOIT VERVOLGD WORDEN VOOR ZORG DIE ZIJ TER GOEDER TROUW VAN EEN ARTS ONTVANGEN HEEFT.

Ondergetekenden dringen aan op onmiddellijke staking van de strafvervolging van de vrouw uit Boxtel die 14 november werd gearresteerd en onder beperking gevangen is gezet in verband met een vermeende “illegale” abortus in Spanje.Het voorarrest van de vrouw die vervolgd wordt in verband met een late abortus in Spanje is inmiddels opgeheven. Dit betekent niet dat uw handtekening niet meer van belang is. De vrouw wordt nog steeds vervolgd. Ook dit moet gestopt worden. De Rechtbank in Den Bosch spreekt van een zwangerschapsduur van 27 weken. Bij deze termijn is abortus verboden in Nederland, maar toegestaan in Spanje, mits een psychiater aldaar constateert dat de vrouw in zeer grote geestelijke nood verkeert. Wij hebben geen informatie over de mate van geestelijke nood van betreffende vrouw. Dat is ook niet aan ons te beoordelen. Dat is een zaak tussen de vrouw en de Spaanse psychiater. Wel is het duidelijk dat de geestelijke nood van de vrouw zal toenemen door verdacht te blijven van (kinder)moord. Het is onterecht dat het Nederlandse Openbare Ministerie zich bemoeit met wat zich in de Spaanse spreekkamer afspeelt. Dit is een zaak tussen arts en vrouw. Nooit mag een vrouw veroordeeld worden voor zorg die zij ter goeder trouw van een arts ontvangt, ook al is abortus bij deze termijn in Nederland verboden. Klik hier om de brief te ondertekenen

Onderteken direct

De volgende argumenten ondersteunen onze eis

1- De onmogelijkheid de exacte zwangerschapsduur vast te stellen daarmee of de vrouw onder het Nederlandse wetboek van strafrecht (artikel 82 a) valt

Naar wij via de media hebben vernomen zou de zwangerschapsduur van betreffende vrouw 22 dan wel 25 weken zijn geweest. In Nederland is een zwangerschap afbreking tot 24 weken toegestaan.
Nederlandse abortusklinieken hanteren voor late zwangerschapsafbreking een grens van 22 weken zoals met echoscopie gemeten, omdat de grootte van een foetus bij deze termijn verschilt. (zie curve als bijlage: de grens voor klinieken in Nederland is een DBP 5.6.)
Gesteld dat de vrouw 22 weken zou zijn geweest, met een relatief grote foetus (DBP van 6.6 die ook kan passen bij een zwangerschapsduur van bijna 25 weken) dan zal een Nederlandse abortuskliniek haar geen abortus verlenen, zelfs indien zij zeker is van de termijn van haar zwangerschap.
Gesteld dat de vrouw 23 weken en 6 dagen zou zijn geweest, binnen de formeel toegestane periode voor zwangerschapsafbreking, dan kan de DBP variëren tussen de 5.8 en 7.2 bij een kleine respectievelijk grote foetus.

Concluderend is het heel wel mogelijk dat een vrouw met een zwangerschapsduur van 23 weken en 6 dagen,vallend binnen de termijn waarin in Nederland abortus is toegestaan veel langer zwanger lijkt (de echoscopische maten kunnen passen bij een zwangerschapsduur van 28 weken). In een dergelijke situatie is er geen sprake van levensvatbaarheid zoals door de Wet afbreking Zwangerschap is vastgesteld. Aangezien het onmogelijk is om met zekerheid de duur van de zwangerschap en levensvatbaarheid exact vast te stellen, kan dat niet als grond voor strafrechtelijke vervolging dienen.

2- De legaliteit om buitenlandse en Nederlandse vrouwen naar een Spaanse kliniek voor een late abortus te verwijzen

Op 14 september 2005 antwoordde staatssecretaris Ross-van Dorp kamervragen van de SGP als volgt: ‘De Nederlandse arts die een vrouw voor een abortus verwijst naar het buitenland is niet strafbaar. Hij verwijst immers voor een behandeling die in dat land niet strafbaar is. Een in het buitenland begaan feit is in Nederland slechts strafbaar wanneer de wet dit expliciet voorschrijft of wanneer sprake is van dubbele strafbaarheid. In dat laatste geval is het feit strafbaar in zowel Nederland als in het land waar het feit is gepleegd.’
Een in 2005 gepubliceerd onderzoek van de Engelse Department of Health naar de werkwijze van de BPAS, de overkoepelende organisatie van Britse abortusklinieken, concludeerde ook dat het verwijzen van de BPAS naar Spaanse klinieken niet strafbaar was.

Concluderend is zowel door de Nederlandse als de Britse overheid legaliteit van verwijzing voor late abortus niet betwist.

3- De legaliteit van late abortus in Spanje

Tot op heden is in Spanje een zwangerschapsafbreking na 24 weken legaal indien de mentale gezondheid van de zwangere ernstig bedreigd is, en indien deze zeer ernstige psychische nood door een psychiater bevestigd is. In de Spaanse abortusklinieken wordt dan ook nauwkeurig gewerkt volgens deze wettelijke indicatie. Psychiaters hebben een vaste verbintenis met deze klinieken en zijn altijd aanwezig
In september 2005 heeft de Spaanse overheid aan de Britse ambassade laten weten dat er geen reden was te vermoeden dat de Spaanse klinieken zich niet aan de wet zouden houden.
Op 15 maart van dit jaar beantwoordde staatssecretaris Bussemaker kamervragen uit oktober 2006 van Arib en Rouvoet. Zij antwoordde: ‘Nederlandse vrouwen staat het vrij om naar Spanje te gaan, ongeacht de reden.’ ‘Op dit moment is nog onduidelijk of in Spanje sprake is van illegale praktijken. De Inspectie voor de Gezondheidszorg vraagt de Spaanse collega’s om op de hoogte te worden gehouden van de ontwikkelingen.’

Nederlandse abortusartsen of anderen zijn tot op heden niet door de Inspectie voor de Gezondheidszorg geïnformeerd dat er zich in Spanje onwettige praktijken zouden afspelen.
Het feit, dat er een juridisch onderzoek naar de werkwijze van de Spaanse abortuskliniek in gang is gezet, wil niet zeggen dat de werkwijze van deze kliniek juridisch niet door de beugel kan. Immers, de aanklacht bij het Spaanse Openbare Ministerie is geïnitieerd door anti-abortus-organisaties die hun belang in deze hebben.

Concluderend is tot op heden ondanks waakzaamheid van de Inspectie voor de Gezondheidszorg geen enkel signaal aan Nederlandse hulpverleners verstuurd over mogelijke illegaliteit van late abortus in Spaanse klinieken.
Recent heeft de staatssecretaris van VWS gemeld dat het Nederlandse vrouwen vrij staat zich in Spanje te laten behandelen, ongeacht de reden.
Er is dus niet voldaan aan de juridische voorwaarde van dubbele strafbaarheid om de vrouw uit Boxtel te kunnen vervolgen. Zelfs al mocht de Spaanse autoriteit achteraf concluderen dat niet volgens de Spaanse wet is gewerkt in de klinieken, dan nog kan van de Nederlandse vrouw niet verwacht worden dat zij dat wist ten tijde dat zij in Spanje een zwangerschapsafbreking onderging.

Beschouwing

Zolang levensvatbaarheid niet evident is aangetoond door het OM, hetgeen bij een termijn van 22-28 weken zwangerschap per definitie onmogelijk is gezien de spreiding van de maten van een foetus bij echoscopie, kan er geen sprake zijn van overtreding van artikel 82a van de Strafwet (het doden van een vrucht die naar redelijkerwijs verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven).

Een overtreding van de Spaanse strafwet is zeer onwaarschijnlijk, gezien het feit dat de vrouw een Spaanse kliniek bezocht zal hebben die 2 jaar geleden nog volgens opgave van de Spaanse overheid volgens de Spaanse wet werkte. Er is geen enkele aanleiding te veronderstellen dat deze klinieken hun werkwijze sindsdien veranderd hebben. Ook de Nederlandse overheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben ondanks nauwgezette monitoring geen enkel signaal afgegeven dat late abortus in deze klinieken illegaal zou zijn. Bovendien is door de huidige staatssecretaris van VWS een half jaar gelden nog gesteld dat vrouwen vrij zijn een behandeling in Spanje te ondergaan, ongeacht de reden.

Concluderend is noch strafbaarheid in Nederland, noch strafbaarheid in Spanje aannemelijk. Met andere woorden, de kans dat er sprake is van dubbele strafbaarheid, de enige basis voor vervolging, is vrijwel zeker ontbrekend.

Niets kan redelijkerwijs rechtvaardigen dat deze vrouw al 3 weken in voorarrest onder beperking vastzit voor een abortus.

De voorlopige hechtenis, en de beperking dat de vrouw niet in contact mag komen met de buitenwereld, is dan ook niet proportioneel en in strijd door Nederland ondertekende internationale verdragen die regeringen oproepen vrouwen die een illegale abortus hebben ondergaan niet te vervolgen, zoals het Rapport van Lancker, aangenomen door het Europees Parlement in juni 2002, de slotverklaring van de Vierde VN wereldvrouwenconferentie (to withdraw laws containing punitive measures against women who have undergone illegal abortions) en de CEDAW-resolutie in 1999 en in strijd met diverse artikelen van het Europese verdrag van de Mensenrechten zoals artikel 3 (niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen), artikel 5 (recht op vrijheid en veiligheid) en artikel 8 (recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven).

Nederland vervulde tot voor kort internationaal een voorbeeldfunctie op het gebied van abortus.
Minister Koenders was zelfs key-note spreker op de International Global Conference on Safe Abortion in oktober 2007.
Met de vervolging van de vrouw uit Boxtel heeft Nederland zich op één lijn gesteld met landen als Nicaragua waar vrouwen gecriminaliseerd worden en in de gevangenis zitten voor het ondergaan van een abortus.

Wij roepen u dan ook op om de betreffende vrouw onmiddellijk in vrijheid te stellen en de strafvervolging te staken.

NB: Ondertekening blijft nodig na vrijlating / Slechte journalistiek en slecht optreden advocaat bij Pauw en Witteman

NB 1: 12 december. Het voorarrest van de vrouw is inmiddels opgeheven. Dit betekent niet dat uw handtekening niet meer van belang is. De vrouw wordt nog steeds vervolgd. Ook dit moet gestopt worden. De Rechtbank in Den Bosch spreekt van een zwangerschapsduur van 27 weken. Bij deze termijn is abortus verboden in Nederland, maar toegestaan in Spanje, mits een psychiater aldaar constateert dat de vrouw in zeer grote geestelijke nood verkeert. Wij hebben geen informatie over de mate van geestelijke nood van betreffende vrouw. Dat is ook niet aan ons te beoordelen. Dat is een zaak tussen de vrouw en de Spaanse psychiater. Wel is het duidelijk dat de geestelijke nood van de vrouw zal toenemen door verdacht te blijven van (kinder)moord. Het is onterecht dat het Nederlandse Openbare Ministerie zich bemoeit met wat zich in de Spaanse spreekkamer heeft afspeeld. Dit is een zaak tussen arts en vrouw. Nooit mag een vrouw veroordeeld worden voor zorg die zij ter goeder trouw van een arts ontvangt, ook al is abortus bij deze termijn in Nederland verboden en voor sommigen misschien moeilijk invoelbaar.

NB2: Blijf ondertekenen, indien u het eens bent met de eis om de strafvervolging te stoppen. Door een technisch probleem wordt de ondertekening niet direct zichtbaar. Dit gebeurt een van de volgende dagen.

NB3: DD 27 december een wat verlate reactie op het interview met Brouwers. Nu mevrouw IB een andere advocaat heeft genomen, zijn enkele kritische opmerkingen over deze uitzending mogelijk en noodzakelijk.
Pauw en Witteman verzuimden de juiste vragen te stellen. Indien zij zich als goede journalisten hadden voorbereid, dan hadden zij niet klakkeloos moeten doorgaan op de berichtgeving en insinuaties van het Openbaar Ministerie als dat er sprake zou zijn geweest van een illegale abortus. Evenmin was de zogenaamde verontwaardigde toon over doorverwijzing door een Nederlandse hulpverleningsinstantie door Witteman gepast. Immers, zowel de CDA staatssecretaris Ross van Dorp als de PvdA staatssecretaris Bussemaker hebben in 2005 respectievelijk 2007 beweerd dat doorverwijzing door een Nederlandse abortuskliniek naar Spanje volkomen legaal is (zie bovenstaand). Het had de interviewers dan ook gesierd, als zij kritische vragen over het onterechte vervolgingsbeleid van het OM hadden gesteld, in plaats van mee te gaan in de hype van illegale abortus. Alle persoonlijke omstandigheden van de betrokken vrouw in kwestie zijn voor de beoordeling door de media misschien interessant, maar niet relevant. De suggestie van het Openbaar Ministerie, dat de vrouw voor haar bestwil dan wel gezondheidsredenen bijna vier weken eenzaam opgesloten is geweest, is dan ook totaal bizar.
De vraag die de interviewers hadden dienen te stellen, was of doorverwijzing naar Spanje legaal was (ja dus), of er in Spanje onder de huidige wetgeving sprake is van een strafbaar feit (nee dus, want betrokken vrouw is ter goeder trouw naar Spanje gegaan en daar door een psychiater beoordeeld) en of er sprake is van dubbele criminaliteit (nee dus, want de Spaanse overheid heeft nog in 2005 laten weten dat de Spaanse abortusklinieken ook bij late abortus volgens de Spaanse wet werken, en er zijn geen aanwijzingen dat hun werkwijze sindsdien veranderd is). Een gemiste kans voor interviewers en geïnterviewde advocaat om dit duidelijk voor het voetlicht te brengen.
De persoonlijke omstandigheden van betrokken vrouw, haar afkomst, de relatie met haar familie en vriend, etc, zijn van belang voor de psychiater die de ernst van de psychische nood van de vrouw heeft moeten beoordelen, maar doen niet ter zake bij de beoordeling van de legaliteit van de abortus.

Klik hier om de lijst van ondertekenaars te zien Bij ondertekening wordt alleen uw naam en funtie op de lijst geplaatst. Uw email wordt niet gepubliceerd.

Onderteken bovenstaande petitie

Naam *:

Organisatie en functie:

Email *:

Hier kunt u de bronnen van de tekst in de brief vinden.

Aanvulling van mr. Joost van Bennekom:

De detentie van een Nederlandse vrouw wegens abortus is Spanje is een niet-geoorloofde belemmering van het vrij verkeer van diensten, zodat sprake is van handelen in strijd met het EG-Verdrag. Voorheen regelde Rchtlijn 72 144 in samenhang met Rl 64 221 het vrij verkeer van diensten, zie ook zaak Oula Oulane, HvJ EG, 17 februari 2005, C-215/03 en de Conclusie van AG P. Léger in die zaak:

"96. Bovendien impliceert het in artikel 49 EG neergelegde beginsel van de vrijheid van dienstverrichting, „dat een van de grondbeginselen van het Verdrag is, dat degenen te wier behoeve diensten worden verricht, zich met het oog daarop vrijelijk naar een andere lidstaat kunnen begeven zonder daarbij door beperkingen te worden gehinderd […]”. (44)

97. Gelet op het voorgaande ben ik van mening, dat een maatregel van bewaring met het oog op uitzetting een kennelijke belemmering van het vrije verkeer van dienstontvangers oplevert, indien een vreemdeling zijn hoedanigheid van onderdaan van een lidstaat niet heeft kunnen aantonen door middel van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort. Een dergelijke maatregel ontneemt aan de betrokkene zijn vrijheid van verblijf en ontzegt hun daarmee een recht dat rechtstreeks is verleend door artikel 49 EG en de ter uitvoering daarvan vastgestelde richtlijnen."

De dienst was de abortus in Spanje, de belemmering de strafvervolging achteraf.

Een klacht bij de Europese Commissie ligt in de rede en is sterk aan te raden, onder verwijzing naar het onderstaande.

Ook kan de zaak voorgelegd worden aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, omdat de detentie in gaat tegen het uitgangspunt dat mensen niet vastgezet mogen worden tenzij sprake is van zware gronden om dat wel te doen. De inmenging is niet gerechtvaardigd ingevolge art.8 EVRM in de zin van privéleven.

Het toetsingskader wordt bepaald door art.8 EVRM, blijkens de arresten Smirnova (EHRM 24 juli 2003, nr 46133/99 en 48184/99, NJCM-bulletin 2004, p.379-391) en Carnecki (EHRM 28 juli 2005, nr 75112/01, NJCM-bulletin 2005, p.1148-1156).

Het fundamentele uitgangspunt is dat :

“A person charged with an offence must always be realeased pending trail unless the State can show that there are ‘relevant and sufficient’reasons to justify the continued detention”, blijkens Smirnove, r.o. 58.

Slechts in het geval er sprake is van vluchtgevaar, collusiegevaar, recidivegevaar of de openbare orde ernstig verstoord dreigt te worden is het toegestaan de voorlopige hechtenis voort te zetten, zo leert Smirnova, r.o. 59:

“The Convention case-law has develeped four basic acceptable reasons for refusing bail: the risk that the accused will fail to appear for trail; the risk that the accused, if released, would take action to prejudice the administration of justice or commit further offences or cause public disorder”.

De enkele verdenking die is gerezen rechtvaardigt na verloop van tijd niet langer de vrijheidsbeneming, leert Czarnecki, r.o. 39:

“The persistence of reasonable suspicion that the person arrested hascommited an offence is a condition sine qua non for the lawfulness of the continued detention, but afthter a certain lapse of time it no longer suffices. In such cases, the Court must establish wethter the othter groubnds given by the judicial authorities continue to justify the deprivation of liberty. When such grounds were ‘relevant’and ‘sufficiant, the Court must also ascertain wethter the competent national authorities displayed ‘special dilligence’ in the conduct of the proceedings. (...)”.



Ook het VN Verdrag inzake de Rchten van de Vrouw is deel van het toetsingkader blijkenszaak Tabitha, EHRM 12 10 2006, 13178/03 (Mubilanzila Mayeka en Kaniki Mitunga - België), r.o. 81.